Historie

Landgoed Singraven wordt voor het eerst genoemd in 1381 als agrarische boerenhofstede ‘Hof ten Singraven’, die in eigendom was van de bisschop van Utrecht. Deze beleende het aan derden, onder wie de Oldenzaalse Begijnen. In 1398 kwam het huis in bezit van de familie Hondenberg die het huis in 1415 versterkte tot havezate. In de volgende eeuwen behoorde Singraven toe aan de graven van Bentheim en aan de adellijke familie Sloet, die het inmiddels vervallen huis in 1651 volledig liet slopen en herbouwen. Daarna kwam het landgoed door vererving resp. verkoop achtereenvolgens in handen van de families De Thouars, Roessingh Udink en Laan.

Willem Frederik Jan Laan, de laatste particuliere bewoner/eigenaar, liet forse verbouwingen en restauraties uitvoeren, zowel aan het Huis als aan andere onderdelen van het landgoed. Bovendien vergaarde hij een enorme kunst- en antiekcollectie die nu nog in het Huis te bezichtigen is. Hoewel de (kinderloze) heer Laan tot zijn dood in 1966 op Singraven bleef wonen, gaf hij het landgoed al in 1956 in eigendom aan Stichting Edwina van Heek.

De zorg voor en instandhouding van Landgoed Singraven past in de statutaire doelstelling van Stichting Edwina van Heek om cultureel erfgoed en natuurmonumenten in Oost-Nederland te beschermen. Stichting Edwina van Heek is in 1946 opgericht volgens de laatste wil van de toen overleden Edwina van Heek-Burr Ewing. Zij was de echtgenote van Jan Bernard van Heek (1863-1923) en woonde op Landgoed Zonnebeek ten zuiden van Enschede, dat eveneens door de Stichting in stand gehouden wordt.

Omstreeks 1740